Stichting IJselboomgaarden

De rijkdom van de hoogstamboomgaard

In de IJsselstreek kwamen sinds het midden van de negentiende eeuw hoogstamboomgaarden voor als onderdeel van het boerenbedrijf. Na de tweede wereldoorlog, een eeuw later, pasten de hoogstamfruitbomen niet meer in de opzet van het boerenbedrijf. In snel tempo verdween vervolgens meer dan 90% van de boomgaarden uit het IJssellandschap. Wat men vandaag de dag nog ziet aan oude hoogstambomen, zijn restanten van zo’n voormalige boomgaard.

De laatste 20 jaar zijn er in het buitengebied en dus ook in de IJsselstreek weer regelmatig jonge hoogstamfruitbomen als nieuwe boomgaard aangeplant. Dat is een goede zaak. Inmiddels heeft het aantal jongere bomen de overhand gekregen. Dit betekent dat de oorspronkelijke afwisseling van jonge en oude bomen in een boomgaard weinig voorkomt. De tegenwoordige boomgaard bestaat nu vaak uit een beperkt aantal bomen en deze bomen zijn ook nog eens van ongeveer dezelfde leeftijd.

Een lust voor het oog

Jonge en oude hoogstamfruitbomen hebben veel te bieden. Volwassen hoogstamfruitbomen zijn beeldbepalend en vormen als boomgaard een transparant boslandschap. De opgaande bomen geven een indruk van een zekere kleinschaligheid. Deze indruk wordt versterkt als de boomgaard omringd wordt door een heg. Ieder seizoen toont een boomgaard een ander boombeeld. De winter biedt een takkensilhouet, het voorjaar toont de overdaad aan bloesem, de zomer brengt de schaduw van het bladerdek en de herfst de veelkleurigheid van het fruit. Daarmee vormen fruitbomen een mooi decor om al wandelend of fietsend het landschap van dichtbij te beleven.

Genetische  verscheidenheid

Hoogstamboomgaarden zijn een weerspiegeling van het vroegere agrarische gebruik in de streek. De fruitteelt was vele eeuwen een exclusief onderdeel van de zelfvoorziening op landgoederen en kloosters en boerderijen en pas aan vanaf het midden van de negentiende eeuw groeide dit langzaam uit tot een productieteelt voor de groeiende stedelijke bevolking. Iedere fruitboom is in feite het levend bewaren van de genetische variatie aan fruitrassen die in de afgelopen eeuwen is ontstaan. Per fruitsoort (appel, peer, pruim, kers) zijn er vele honderden fruitrassen ontstaan in Europa. Deels is die variatie ontstaan via zaailingen vanuit toevalskruisingen, maar later ook via gerichte kruising van rassen met aantrekkelijke eigenschappen. In Nederland zijn honderden rassen geteeld die afkomstig waren uit midden en west-europese landen. Ook in Nederland zijn meerdere fruitrassen ontwikkeld. Het meest bekend is het appelras Schone van Boskoop dat vandaag de dag in diverse andere landen wordt gebruikt. In Nederland staat dit ras ook wel bekend onder de naam Goudrenet.  Een deel van deze vroeger geteelde rassen is nu nog beschikbaar voor aanplant. Zie voor een overzicht de zogenaamde oranjelijst.

Variatie in gebruik

Ieder fruitras heeft qua groei, gebruik, opbrengst, vruchtsmaak, vitaliteit en bewaartijd zijn eigen kenmerken. Vroeger werd de keuze voor de aanplant van een bepaald fruitras sterk geleid door deze eigenschappen. Heden ten dage speelt de productie van fruit geen primaire, maar toch wel belangrijke rol bij hoogstamfruitbomen. Het is leuk om fruit van je eigen bomen te eten of te verwerken. Het is voedsel van je eigen bomen. Tegelijk ervaar je dat bij het ouder (en groter) worden van de bomen de hoeveelheid fruit sterk kan toenemen. Een volwassen boom kan wel tot 100 kg per jaar geven. Wat kun je met dit fruit doen? Je kunt het fruit uitdelen of verkopen maar dan nog is er zo veel dat je het eigenlijk zou moeten kunnen bewaren. Een goede manier daarvoor is het persen van het fruit tot sap. Na verhitting (pasteurisatie) is het sap daarna goed houdbaar. zo kun je ook later nog volop van je eigen fruit genieten. Je kunt van het sap ook laten vergisten en zo cider maken. Andere verwerkingsmethoden zijn stroop koken en fruit drogen. Het verwerken tot appelmoes, jam en gelei zijn ook goede bewaartechnieken. Hoogstamfruit heeft dus een economische waarde, maar je zult daarvoor zelf het bewaren en verwerken ter hand moeten nemen.

Rijkdom aan planten en dieren

Wie de tijd neemt om eens rustig door een boomgaard te lopen of op een bankje te gaan zitten, zal ontdekken dat het daar een drukte van belang kan zijn. Vogels en insecten, muizen en andere zoogdieren, je kunt ze zelf zien en horen of de sporen van hun aanwezigheid aantreffen. Maar ook paddenstoelen, mossen en een variatie aan plantensoorten kunnen in een boomgaard gevonden worden. Blijkbaar bieden hoogstamfruitbomen, en de boomgaard als geheel, een variatie aan groei- en leefomstandigheden waarvan allerlei dier- en plantensoorten kunnen profiteren. De kans op variatie aan soorten wordt vergroot als de bomen en de boomgaard verbonden zijn via bermen, houtwal, heg of greppel met andere landschapselementen. Het kleinschalige netwerk vormt zo een structuur waarlangs soorten zich naar en van de boomgaard kunnen begeven. Tegelijk vormt het met elkaar een groter gebied waar soorten zich kunnen voeden (met elkaar), kunnen voortplanten en kunnen rusten en schuilen. Je kunt de drukte en variatie in de boomgaard vergroten door een extensieve manier waarop de bomen, de onderbegroeiing en de struiken en heggen rond de boomgaard worden beheerd.